ANDERE WOORDEN

"Vooralsnog is lezen een bezigheid die komt na het schrijven: berustender, beschaafder, intellectueler" (Jorge Luis Borges, mei 1935)

"de oude muziekmensen slapen
naast nieuwe harpen eenzaam"
(Lucebert, 'Romance')

'Evy' is een pseudoniem.

05-02-2010
Gebruik deze link als u rechtstreeks dit artikel wilt bookmarken of linken... KUBUS, 42



'In Delen', alle delen hierbij hersteld in hun oorspronkelijke staat.


“Hij solfert haar een doktersroman op. Zij leest en waant zich de jonge verpleegster.”

“Hij zegt dat ze moeten investeren. Er is een ontwerp. Ze volgen de funderingslijnen met hun vingers. Ze investeren in rood met veel blauw.”

“Hij vindt dat de muren van het paleis erg groot en erg dik moeten zijn. Hij hult zich in de mooiste tapijten, nodigt de hoge ministers uit, geeft hen sigaren, drank en veel vrouwen.”

“Hij gooit met woorden. Ze klinken allemaal erg economisch (mijn geheugen vertoont hiaten), hier en daar valt het woord ‘waarde’.”

“Hij zegt dat ze moeten stampen. Ze stampen.”

“Hij geeft haar huishoudgeld.”
Hij bestaat. Ik kan mijn ogen niet geloven. Ze koopt prei en een kilo appelsienen en moet het wisselgeld teruggeven.

Ook zij bestaat.
“Ze slaat met de koekenpan op zijn hoofd.”

“Hij bindt haar vast.”

“Ze spelen een seksspel en worden meegesleept door het verhaal.
Zij hangt met handen en voeten gebonden.
Hij likt en slaat”
en dan houd ik het nog proper.

“Hij ziet haar met het kind en is ontroerd.
Zij heeft geen tijd om te denken en schuift alles door naar het volgende vierkant van tijd (denk aan een dambord).

Hij zit daar reeds maar het veld is zwart en niet wit. Hij haspelt de kleuren door elkaar, kan amper wachten, ligt dan op een wit strand en kiest 1 van de beschikbare vrouwen.”

“De boer heeft een luide stem.”

“De boer heeft drie dochters.”

“De boerin melkt de koeien.”

“De postbode kijkt.
Hij ziet huis 1, huis 2, huis 3, de appartementen.
De vrouw van appartement 18 spreekt hem aan. Ze geeft hem iedere ochtend cognac. De postbode knikt, gooit zijn tas over zijn schouder, steekt een duim onder de draagriem.”

“Over de melkboer praten we niet, noch over de dichters.”

“De huisarts vertelde over een nieuw fenomeen in de gemeente.”

“Hij rolt zelf zijn sigaretten. Het is crisis. In Nederland is dat een normaal verschijnsel, daar vragen ze ook hoe veel boterhammen je wilt en ze meten de soep.”

“De vrouw staat aan de toonbank.”

“De man heeft vuile handen.”

“Hij is de betere werkman.
Het hout is een kunstwerk, het ijzer, de vorm, de bouten de moeren ze passen.”

“De firma dreigde met sancties.”

“Een vrouw huilt.”

“Een man huilt.”

“Een schilder beeldt uit wat hij ziet.
Hij tekent krijtlijnen, schildert achtergronden, verbetert, het moest in potlood.
Hij kiest pastel en bedekt met grijs en zwart, gooit witte vlekken, neemt een model, verandert de vorm van de borsten, geeft haar grotere ogen, streelt haar rug, duikt met haar in bed,
bekeert zich tot het kneden van klei en het beitelen in marmer,
hij heeft de vorm reeds in gedachten en bijt halsstarrig door tot het einde.”

“Het model is moe.”

“Ze heeft een sjaal met groen, oranje, zwart en met glinsteringen.”

“Er is een nieuw kledingmerk.”

“Er is een nieuwe CEO.
Hij checkt zijn bankrekening.
Hij telefoneert naar zijn vrouw en zegt dat ze het nieuwe huis mag kopen.
Het zwembad werd nog niet getekend.
Het water is warm en erg blauw.
Zij zwemt.
Ze zet er eendjes in en wil een kind.
Hij zegt dat ze moet wachten.
Ze bloeden langzaam dood.
Het bloed laat sporen na in het zwembad, het huis is onverkoopbaar, de televisie knapt het op en maakt er een verhaal rond.
We spreken over miljoenen dollars.”

“Tijd om te rusten.”

“Tijd voor Europese presidenten.”

“Tijd om de bankrekeningen te checken.”

“Hij telefoneert naar zijn vrouw en zegt”

“Zachte vrouwenstemmen klinken. Als we onze rug gedraaid hebben huilen ze.
Ze beweren dat hun man hen niet begrijpt en proberen een tekening te maken. Ze hangen die omhoog in de keuken. Ze werken in de tuin.”

“Ze kweken nieuwe bloemen.”

“Blauwe.”

“Ze kweken tomaten.”

“Ze kweken pompoenen met grillige vormen. Je hebt een zaag nodig om hen doormidden te snijden. Zijn ze voor de soep of dienen ze uitsluitend voor de versiering?”

“Ze zijn niet langer oranje maar grijs met andere kleuren. Ik zweer het; de schil vertoont kraters en vulkanen, puisten, mierenkolonies.”

“Hij zegt dat hij sla zal brengen.”

“Hij zegt dat hij druiven zal brengen. We krijgen noten.”

“De hond lust de inhoud.”

“De hond is in de stad. Hij stapt uit het schilderij, ik heb het zelf gezien. De vrouw trekt aan zijn staart en zegt dat hij moet blijven.”

“Hij vraagt zich af hoe men ‘week’ en ‘maand’ in het Spaans zegt.”

“Hij kent Segovia.”

“Hij kent Nina Simone.”

“Zij ook.”

“Mijnheer de minister-president, uw haren zijn grijs, uw vingernagels lang, u klauwt, mijnheer de minister-president, ik zal u een nieuwjaarsbrief voorlezen, ik zal de data van Sinterklaas en de Kerstman en de Paashaas noteren en ik zal op elk bord van de stad schrijven dat ze die moeten respecteren.”

“En van de dorpen?”

“Er zijn veel vragen.”

“Wat met de Landrovers?”

“Wat met elfelfelf? Wat met Artsen zonder Grenzen, Unicef, hun ambassadeurs? Schrijven die liedjes? Verkopen ze die, innen ze de gelden, kregen ze gouden platen, hoe veel?”

“Wat met Bob Dylan?”

“Wat met Elvis en met die ene? Hoe was zijn naam weer?
Wit? Zwart? Springend? Kinderen, sprookjes, paleizen, ik stel geen vragen,”

“die zijn voor de managers. Zij kleuren een wit tapijt rood en verkopen lucht voor veel geld, de paleizen in Kaboel zijn echter echt, zo ook het blinkende Formule 1 circuit in dat zandland waar mensen geen water hebben.
Ik noem geen namen.”

“Sssst.
De koffie is klaar. Wilt u een kopje? Melk? Suiker? Espresso? Noisette? Cappuccino met een vleugje chocolade?
Een euro twintig.”

“Er zijn geen papierwinkels meer. Ze hebben ze verkocht, per kilo, zoals de kinderen bij Swift, zoals de vreemde dieren, ze zijn uitgestorven, worden bewaard in China, ik moet fonetische tekens gebruiken, er is Noord en Zuid en er zijn paradijzen.
De mensen ginds kijken niet langer op bij het verschijnen van een camera, van een helikopter, van een stofzuiger, die zuigt de naalden van de dennenbomen, de bossen verdwijnen, ik meen het; de takken, de stammen, de lianen van Tarzan, de bodem, de meren, de kraters, de kleilaag, de onderaardse gangen, de schatten van de oude keizers.”

“Kinderen krijgen de opdracht te tekenen wat ze zien. Ze vragen ‘Waarom?’ en ‘Wat is dat?’ ”

“Plaspauze.”

“Red Bull!”

“Koffie in een thermos.”

“Soep!”

“Hij/zij slurpt.”

“Hij/zij telt.

“Hij/zij zegt dat het zijn/haar paleizen zijn.
Hij en zij slapen.

Ik kijk toe vanaf het tipje van het hoofdkussen. Ik schud. De veren en hijzelf bewegen, hij en zij praten maar het is slechts een droom.
Hij houdt haar hand vast.
Hij strekt de benen.
Hij zegt dat de verwarming hoger moet.
Zij opent de gordijnen.”

“Ze ontbijten.”

“Het zijn paleizen (herhaling).”

“Karton.”

“Plastiek.”

“Iemand recycleerde het woord ‘titanium’.

Ze weet niet beter, denkt dat het goud is. Je kan het bewerken, je kan er diamanten in planten, je kan het met een vingertip om de aarde sturen, god laat me dromen!”

“Het is sterk. Het is van ijzer en kan boven de autostrades zweven. De werkman heeft een goede boor en maakt luchtgaten, zeshonderdduizend, ze werden geteld, ze staan op de lijsten, een frank per kilo, tarra, massa, rijen containerschepen, vliegtuigen, fietsen, manden, groener dan groen, het gras welteverstaan, de muren met schilderijen, musea, god laat me dromen2!”

“Terug naar de lijsten.”

“Ze verveelt zich.”

“Ze koopt een stapel romans.”

“Ze stelt tentoon.”

“Ze knipt.”

“Ze zegt dat het niet geweten mag worden.”

“Ze reist.”

“Op het vliegtuig ontmoet ze een man. De vonken vliegen.
De buik van het vliegtuig raakt het tarmac. Ze liggen in elkaars armen. Er was eens.”

“Ze telefoneren, schrijven, hijgen, bedrijven met 1 hand de liefde, voelen borsten, ruggen, schouders, ontbijten.”

“Dat ei is te hard te zacht te lang te dik te dun te veel water te veel groenten het vlees te doorbakken het kind huilt het kind groeit het ziekenfonds de pensioenen de ruwbouw de gordijnen het gat in het tafelkleed het tapijt is verkleurd de ramen moeten vervangen het gras is te lang de lamp de vuilniszakken de auto de garage de postbode de secretaresse het budget de bloemen,
ze zijn verwelkt en ik weet niet of ze nog zullen groeien ik lees de rest van het verhaal kijk in koffiedik laat de handen van de protagonisten lezen vraag het aan de dichters lees nieuwe boeken zie de cirkels zie de lucht en de ijskristallen god laat me dromen!”

“Ik hou van het leven.”
“Ik ben bijzonder ernstig.
U mag denken dat dit op om het even welke film lijkt, ik ontken maar kader mezelf in die Hitchcock en ik zie vogels, bloedende meisjes, een raam in een achtergevel, arbeiderstuintjes, lange Amerikaanse wegen, grote auto’s, ze zijn roze.
I will paint them green and red and purple. Ik blaas de banden op, ziet u mijn wangen? Ik zeg dat de uitlaat roestplekken vertoont en geef hen een kaartje van de dichtstbijzijnde garage. Het tarief is het goedkoopste uit de streek, zeg ik.
De onderdelenservice laat op zich wachten – de buik van het vliegtuig – de dozen zijn te groot, te zeer beschadigd, de bouten ontbreken, het goede gereedschap.”

“Er was eens een papegaai.”

“Ik hield van het leven.”

“Ik blijf bij die zin.”
“Er zijn mussen in huis,
mieren, kinderen, rode ballonnen, glazen ballonnen, kubussen uit staaldraad, de deur is ingewerkt, de sleutel ligt verstopt, de vrouw vindt hem.”

“Een jaar later vindt ze hem nog eens.”

“En nog.”

“Ze vraagt aan haar man wat hij over de zaak denkt.
Hij neemt de sigarenkist.
Hij overweegt en vraagt uitstel.
Hij koopt bloemen, van die nieuwe.
Hij kijkt op het rekeninguittreksel.
Hij neemt een rekenmachine, hij leest zijn e-mails, hij lacht met een filmpje, zijn aandacht is weg.”

“Zij zucht.”

“Het kind heeft honger.”

“Ze gaat op stap met vriendinnen.
Ach, het zijn stofzuigerverhalen, soep-, mannen-, badkamer-, menopauze-, overleden vrienden-, zebrapaden aan scholen-, stoplichten-, nieuwe jurken-, mascara-, herinneringen-, haarkleuring-, nagellak-, de kunsten in de tijdschriften-, heropgenomen studie-, de knappe professor-, te oud te jong-, bloemenperken-, ”

“Koffiepauze.”

“Kaboel.”

“Over Kaboel heb ik het laatste nog niet gezegd.”

“De VN.”

“Ik weet er niks van.
Ik zie: de helpende handen, een man met drieduizend schriften voor schoolkinderen, hij brengt ze eigenhandig want geld kleeft, zegt hij, er zijn geen daken, de jongens en de meisjes hebben het koud, het begint te sneeuwen maar we volharden en in Japan hebben ze de wolkenkrachten verkeerd berekend.”

“Er volgen ontslagen.”

“De vier maal vier moet worden ingeleverd, maal duizend.”

“Er zijn lange lijsten. Morgen begint het transport naar Afrika.”

“Ik moet van onderwerp veranderen.”

“Ik kies voor The Beatles.”

“Ik kies voor Bach!”

“Hij keert zich om in zijn graf.
Hoorde je over de misbruiken?”

“Te pas en te onpas?”

“Ja,” klinkt het in de dialogen.

“Kerkgeluiden, orgels, valse priesters, hier en daar een echte, de zuster weet het, zij bidt, zij blijft in het klooster, ze loopt door de gangen, kijkt niet om de hoek.”

“Stalen gitaren.”

“Kunstenaars en beelden van mosselpotten.”

“Einde.”



05-02-2010, 07:30:22 Evy
in delen   kubus  

Reacties
06-02-2010, 08:19:04
geheel
de tekst is 1 geheel.
Evy
05-02-2010, 12:10:55
Sammlung

Wat het aantal protagonisten betreft, moet jij niet onderdoen voor de Russen, nee.

Intrigerend om het zo in een geheel te lezen, ja.

http://zapiski-uz-podpolja.blogspot.com
jevski

Vul hier je reactie in
Naam verplicht
E-mail
URL
Titel
Reactie verplicht
BBCode : Vette tekst [b]Tekst[/b]; Schuine tekst [i]Tekst[/i]; Onderlijnde tekst [u]Tekst[/u].
Anti-spam verplicht Typ de onderstaande karakters over in het invoervak. Dit vragen we om geautomatiseerde spam tegen te houden.
- Klik hier of op bovenstaande afbeelding als je de karakters niet kan lezen.
(verplicht = verplicht!)
 KUNST MAN 
Home
HOME
ANDEREWOORDEN
LAATSTE BERICHTEN
REACTIES
WALT WHITMAN
'Do I contradict myself? Very well, then I contradict myself, I am large, I contain multitudes.' (Song of Myself, Walt Whitman)
ARCHIEF PER MAAND
EDGAR ALLAN POE
'They who dream by day are cognizant of many things which escape those who dream only by night.'
IN BEWEGING
ATEMKRISTALL (PAUL CELAN)
Strahlenwind deiner Sprache
das Bunte Gerede des An-
erlebte - das hundert-
züngige Mein-
gedicht, das Genicht.

Aus-
gewirbelt,
frei der Weg durch den menschen-
gestaltigen Schee,
den Büßerschnee, zu
den gastlichen
Gletscherstuben und -tischen

Tief
in der Zeitenschrunde
beim
Wabeneis
wartet, ein Atemkristall,
dein unumstößliches
Zeugnis.

Paul Celan
KAVAFIS: 'ITHACA'
... do not hurry the voyage at all ...
BIG BROTHER

TAGS
adem (11)   andere woorden (9)   anderewoorden (15)   avond (8)   boeken (15)   brief (8)   Brussel (9)   citaat (10)   dromen (12)   droom (20)   foto (12)   fragment (81)   gedachten (11)   gedicht (28)   in delen (43)   invulling (11)   kriq (11)   leven (12)   lezen (40)   licht (11)   liefde (11)   link (50)   lol (11)   lucht (10)   man (10)   Martin Pulaski (9)   mensen (11)   muziek (16)   observatie (10)   ochtend (19)   onzin (12)   puzzel (8)   rijen (12)   schrijven (78)   stilte (10)   tijd (27)   verhaal (36)   verhalen (27)   vertellen (8)   Virginia Woolf (10)   vriendschap (20)   vrouw (10)   water (9)   wereld (14)   woord (35)   woorden (38)   zee (13)   zij (8)   zin (19)   zon (10)  
ARCHIEF PER TITEL